bestek en voorwaarden voor een woning in 1778

OAW, archiefnr. 0099, inv.nr. 501 Bestek en voorwaarden van aanbesteding betreffende de bouw van een woonhuis, 1778)

Bestek waar na de Heeren Burgemeesteren van Wormer van meening zijn te besteeden, het gedeeltelijk te veranderen en nieuw maaken, en leveren der Materiaalen aan en ten behoeve van het thans bewoonhuijs van den Heer Tol, in manieren als volgd.
1.
Dit huijs zal van buijten met twee schuijf kosijns en een deur kosijn en verder met een geblokkeerde schot digt gemaakt werden; en het voorschreven huijs van binnen te verdeelen in twee kaamers, waar van de voorkamer moet zijn met een Engelsche schoorsteen; en de agteraanvolgende een slaapkamer met een kosijn in de oostweeg, alles soo hier nader gemeld staat: het huijs wijt buijten werks 23 voet 7 duijm, de solder uijt de vloer 12 voet 5 duijm.
2.
Den aanneemer zal de oude voormuur met zijn kosijns tot de straat toe moeten wegbreeken, en de oude steen en puijn te brengen daar ge***eeld zal worden, en de oude kosijns voor zijn reekening hebben.
Wanneer de Metzelaar de voeting opgemaakt heeft, sal den aanneemer leveren en daar op maaken een muurplaat, dik 4 duijm, en soo breed dat de vloer in een sponding vast gespijkert kan worden, om reeden dat anders de vloer te kort is.
Dan te maaken tusschen de twee schuijf kozijns een stijl van onder met een pen in de muurplaat, en van boven met een lip in de oude Puijbalk, dik 4 en 8 duijm, als mede de twee endel stijlen, wanneer zij goed zijn, soo veel te verdikken als het zal vereijsschen, en soo zij niet bequaam geoordeeld worden, zal den aanneemer klaar moeten hebben twee schuijfkosijns, ieder uijt 5 voet en 2 duijm, hoog 8 voet en 9 duijm buijtens werk, de onder en boven drempels met ooren, om deselve met lippen en voorlaegen in de eene endel en reeds boven genoemd, de middel en deursteijl vast te maaken, en de boven drempels hoog uijt de vloer 3 voet;
Het kosijn hout dik 5 en 7 duijm van goed greene hout, te sluijten en te nagelen, te spondinge met hun schot en raam spondings, en van buijten met een rond op de kant, dan tot ieder te maaken en in en af te stelleneen onder en boven raam op de midde met een swaluw, de bovenste raame 3 ruijten in de hoogten, en de onderste vier ruijten in de hoogten, en 5 buijten in de breedte, dit van goed Eijken hout, en de riggels en roeden van dikte en breedte als men aan soodanig werk doet, als mede met 2 duijms greene beleg stucken met spondinge voor de boek luijken, als ook de boek luijken vlak af van vuuren een duijms hout met hol en rond in malkander, en voor ieder ruijt een te verdeelen en ook een in de geheele hoogte; dit alles te leeveren van goed leverbaar hout, en af te stellen met hun looden touwen, knieren, schroeven en knoppen, als ook voor ieder kosijn een ijzere sluijtstok en af te stellen na vereijs van het werk.
3.
Nog meede te leveren en klaar en op zijn Plaats te stellen een greene deur kosijn met een harsteene drmpel met ijzere prooken in de stijlen met een rond en wel aftemaaken soo behoord, en de deur kosijn wijt 4 wel buijtens werk, en soo hoog dat de bovenkant met de boven kante van de schuijf kozijns egaliseeren, en de boven drempel van boven wat rond, te sluijten met een middel kalf, en dat soo hoog dat deese boven raam met de anderen egaliseeren.
Het kosijn zwaar 6 en 8 duijm, en uijtteschaven als dat van Cornelis Boom, meede met een oor in de bint stijl. hier dan nog toe maaken en van de binnen kant in een sponding vast te maaken, een raam met houte roeden van 3 Ruijten in de hoogte en 3 in de breedte van goed eijken hout, als mede een 2 duijms greene gesloote deur, met een Een duijms Peneel van buijten vlak af, en over de naat een Lijstje, en af te hangen aan knieren van N 8, en een instekent loopent kamerslot en sleutels, en een paar hovaalle knoppen en aftestellen boven en onder ieder met een groote in laatende schuijver, dit alles te leveren van goed leverbaar hout, te sluijten, te nagelen, te grendelen daar het vereijst, alles ten genoegen van de Besteeders.
4.
Nog te leveren en klaar en aan te maaken al het hout dat tot het dwars geblokkeerde schot van nooden sal zijn, van 2 duijms greene hout, sonder kast of f plint, te ploegen en messen, en van buijten te schaaven en te spondingen, en de deelen zoo na even breed als het moogelijk is, als ook aan de West kant van het deur kosijn een 2 duijms langs aan de stuk, en soo breed uijt de sponding van daan tot een duijm verbij, de buijten kant van de zijweeg met spondings daar in egaliseerende; met de andere nog te maaken onder ieder schuijfkosijn een stijltje, dik 4 en 5 duijm met een Pen in de muurplaat, en in de onder drempel om het schot van onder te kunnen spijkeren, als ook van boven op het dwarsschot te maaken een Puijlijst, en soo de onder en die van het boven schot te lang zijn afteschaven om het fatsoen te kunnen krijgen, te maaken van goed greene hout, dit alles te spijkeren, te maaken na vereijs.
5.
De aanneemer zal moeten spitten een schoorsteen gat aan het end van de voorkaamer, lang 6 voet, wijt 2 voet, en soo diep dat de bovenkant van het fondament 6 duijm onder laag soomerwater leijd, dan hier in te heijen 50 swaar heij juffers, lang 18 voet, dan de koppen vlak en waterpas aftevlakken, en te fondamenten met greene 1 duijms hout dwars over malkander heen, als ook de solder, *** en dak op te laagen en aftestellen met hun steun riggels en dat verder daar bij vereijsschen zal, nog te maaken een schoorsteen kosijn hoog 4 voet, wijt 2 voet, buijtenwerks, dik 4 en 5 duijm met een vuure duijms deurtje in een sponding aftestellen, na vereijs.
6.
Van binnen te maaken aan de westkant van het huijs een gang, lang bij gis 30 voet, en wijt van de binnenkant van de bind stijlen af 5 voet, den gang te bestijlen met ribben van 4 en 5 duijm, en te riggelen met riggels van 3 en 4 duijm, en te latten onder en boven, en drempels te leggen daar het zal vereijsschen, hier dan in te maaken 3 deuren van de oude die daar reeds zijn, en soo zij te kort of te smal geoordeeld werden, dan deselve te vergrooten, en aan de gangkant te beschieten met vuuren duijms hout, en ieder aftehangen aan knieren, en de deur tot de voorkamer aftestellen met een insteekend loopent kamerslot met een sleutel en een paar hovaalle knoppen, en de twee anderen met glat houten ronden knoppen met wartels.
Deese deuren te plaatsen soo de teekening het aanwijst; voorts dit schot digt te schotten met het oude schot dat daar is, en te kort komende met vuure duijms hout digt te maaken, te ploegen, te messen, te schaven, te spijkeren en aftestellen na vereijs.
7.
Dan tusschen de voor en agter kamer een dwars schot, dit te bestijlen, te riggelen en te latten als van het ander schot gezegd is, en verder digt te schotten met vuuren duijms hout te ploegen, te emssen en digt te malkander aantedrijven, en in de slaapkamers kant te schaaven en te spijkeren, dan tegen het schot aan in de slaapkamer te plaatsen, den oude wenteltrap die nu in de voorkamer staat, soo dat den ingang geschied uijt de gang en dan in de gang met een van de voornoemde deuren daar voor.
Dan de trap aan de twee kanten met een regt opstaande schot digt te maaken, te stijlen en te riggelen met ribben van 3 en 4 en 2 en 3 duijm, meede vuure hout, en digt te schotten met vuure duijms hout, het oude hekje dat van boven nu om de trap staat mede te verbrengen en aftestellen, en het trap gat in het solder te maaken, als mede het andere digt te maaken met vuure duijms hout te maaken na vereijs, en soo daar wat aan de wenteltrap met verplaatsen mogt breeken of reets aan te manqueeren, sal het selve gemaakt moeten werden ten genoegen van de besteeders. Voorts te ploegen, te messen, te schaven, te spijkeren daar het sal komen te vereijschen.
8.
Dan in de oost weeg in de slaapkamer te maaken een kosijn hoog 4 voet, wijd 3 voet buijten werk, dik 5 en 6 duijm van goed greene hout, hoog de onderkant van de drempel 4 voet, hier toe een buijten draairaam met houten roeden, van goed Eijken hout.
Van binnen aan de eene kant hangend een raam met wit Gaas, en aan de andere kant hangende een slagje van vuure of eijke hout, van de agter kant met twee klampjes, alles dik een duijm.
Dit kosijn in de weeg digt en gnapaftemaaken en te sluijten, te spondigen, te ploegen, te messen, te schaven en te spijkeren, en de buijten draij raam aftehangen aan winkel hengsels en opstellen met windhaak en kram; als ook te sluijten met dito ***, en de andere aftehangen aan knieren, en te sluijten met schuijvers, dit alles te maaken zoo als het komt te vereijsschen.
9.
Voorts sal den aanneemer de oude kelder en de slaapplaats die daar boven is wegbreeken en weder te overriggelen en digt te maaken met het oude hout; en wanneer het oude te kort of te slegt geoordeeld werd, sal den aanneemer ander daar bij moeten leveren; Voorts te maaken twee bedsteeden met een kleerkamertje tussen beijden en te plaatsen soo die teekening aanwijst; de bedsteede ieder lang 6 voet en 4 duijm wijt 4 voet, en ieder van vooren met een toogje; Voorts te stijlen en te riggelen met ribben van 3 en 4 duijm, en 2 en 3 duijm, en latten daar het vereijscht, en van vooren als ook de 2 enden van de bedsteede digt te schotten en een deur voor het kleerkamertje, alle van vuure duijms hout, en de deur aftehangen aan knieren, en een glad houte knop en worvel, en van binnen met kapstok, pennen en latten, en de bedsteede aftestellen met hun *** dray uit vuure ***ningen en boet bordjes, en roet om gordijnen aan te hangen; voorts dit te ploegen, te messen, te schaven, te spijkeren en te maaken na vereijs.
10.
Nog in de voorkaamer de ooster weeg of kl*** te beschieten met vuure off dennen Een duijms hout op malkander neer, als ook meede onder en tussen de schuijfkosijns mede te beschieten met dito soort van hout tot dienst van den behanger; den aanneemer sal alle de oude schotten die van binnen in de twee kaamers zijn gnap afbreeken om dezelve weder te gebruijken, en soo de kanten ***loos werden weder verploegen en messen.
En wanneer hij aan het voorwerk begind aftebreeken, sal hij eerst een loose schutting voor het huijs moeten maken en daarna weder weghalen, alles voor zijn reekening.
En sal ook al het hout dat tot het voorwerk van nooden is voor primo December bij hem moeten hebben, om het selve door de besteeder off haarent wegen gevisiteert kan worden; en *** daar dan iets onbequaam geoordeeld werd zal den aanneemer verpligt zijn ander en beter in plaats leveren.
De besteeders behouden hun vrijheijt om het werk ten allen tijd door haar off haarent weegen te visiteeren en dan daar iets mogt zijn ten nadeel van het werk sal den aanneemer sonder tegenspraak voor zijn reekening veranderen en verbeeteren, en sal eerst ook al het verder hout goed leverbaar hout moeten zijn, elk tot zijn post bequaamd.
11.